MOB oefening met NvvT, groepsfoto
MOB training 3 september.
Aan deze activiteit van de "Nederlandse vereniging van Toerzeilers" deden een 20 tal toerzeilers mee. Leden zonder boot of die niet met hun boot naar Huizen konden komen gingen als opstapper mee aan boord van een van de 7 boten. In de ochtend was er theorie en ’s-middags volop gelegenheid om de praktijk te oefenen. De theorie werd gegeven door Richard Vooren van “Vaarschool Naarderbos” . Richard ging eerst uitgebreid in op het voorkomen van een Man OverBoord (MOB).
Schippers doen er goed aan om standaard van de bemanning te eisen dat iedereen buiten de kuip aangelijnd is. Het overboord vallen kan zelfs op “onschuldig” water fatale gevolgen hebben. De watertemperatuur op een mooie voorjaarsdag zal een te water geraakt bemanninglid snel doen onderkoelen. Het gevolg is dat het slachtoffer zichzelf niet meer zal kunnen redden en erger nog door de onderkoeling ook de motivatie voor zelfredzaamheid verliest.
Stevige en voldoende hoge zeereling, antislip, afstemmen van zeilmanoeuvres tussen dekwerkers en stuurman, goed schoeisel, bullettalie gebruik bij voor de windse koers zijn ook maatregelen die MOB kunnen voorkomen. Maar als het dan toch zo ver komt dat een bemanningslid over boord raakt is het zaak dat de achterblijver(s) weet wat te doen. Daarom is wenselijk dat niet alleen de schipper maar juist ook de overige bemanning ervaring opdoet met MOB procedures. Oefening baart kunst ! De procedures kunnen dan ook het beste bij aanvang van een nieuw zeilseizoen of tijdens een kennismakingsweekend vooraf aan een langere tocht met opstappers geoefend worden.

"Wie tot 7 kan tellen kan een MOB ervaring vrolijk navertellen”.
Richard verteld dat er heel wat theorieën zijn over de MOB-manoeuvres. Op deze MOB dag zullen wij de “2x 7 tellen methode” gebruiken omdat Richard daar binnen zijn vaarschool de beste ervaring mee heeft.
De 2 x 7 tellen gaat als volgt:
  • Man OverBoord
  • val af tot ruime-wind
  • vaar 7 tellen door
  • loef op tot aan-de-wind
  • vaar 7 tellen door
  • ga overstag en maak een sliplanding met de drenkeling aan lij
  • stuur het schip in-de-wind als de drenkeling midscheeps is
Richard Voorn, Vaarschool Naarderbos

Vaar je al ruime-wind of voor-de-wind als er iets of iemand overboord gaat, begin dan onmiddellijk met tot 7 te tellen. De 7-tellen doorvaren na het oploeven mag vervangen worden door een dwarspeiling als je het object of de drenkeling (doorlopend) goed in het zicht hebt.

Aanvullend hebben we ook de “gijp methode” geoefend, deze gaat als volgt:
  • Man OverBoord
  • vaar 7 tellen door op de (hoog)-aan-de-windse koers
  • val daarna af, gijp en loef op in een vloeiende beweging tot u de drenkeling weer recht vooruit hebt
  • maak een sliplanding met de drenkeling aan lij
  • stuur het schip in-de-wind als de drenkeling midscheeps is
De gijp-methode ook toepassen als je na de 2 x 7-tellen methode de drenkeling te snel nadert of het contact maken mislukt is. Je vaart dan immers aan-de-wind.
Man over boord, Huizer Reddingsbrigrade
Oefening baart kunst
In de middag gingen we als opstapper aan boord van de "Truly fair" van Ben Ackermans om de theoretische manoeuvres in de praktijk te oefenen. De reddingsbrigrade van Huizen verleende medewerking door het beschikbaar stellen van lesruimte, drenkelingen en een tweetal patrouille boten.
Alle oefeningen hebben we op zeil uitgevoerd. Dit was niet alleen een stukje veiligheid, geen ronddraaiende schroef, maar ook om snelheid in de manoeuvre te houden. Het starten van een motor kost voorgloei tijd en vraagt aandacht voor contactsleutel of gashendel terwijl eigenlijk de drenkeling in zicht gehouden moet worden.
Tijdens de middag was er gelegenheid genoeg om drenkelingen te verliezen bij verschillende koersen en om de oefeningen eerst met de hele bemanning te doen en uiteindelijk volledig zelfstandig.
De streeftijd van Man-Over-Boord tot drenkeling oppikken was 1,5 tot 2 minuut. En na wat oefening was ons record zelfs 1 minuut 5 seconden. Ja, ja oefening baart kunst zeker onder de deskundige begeleiding van Richard en de reddingsbrigrade Huizen.
MAB moeilijker dan MOB
We hebben nog geprobeerd een drenkeling uit het water te takelen met behulp van de kraanlijn en een takel. Het gewicht van een natte drenkeling die niet mee werkt is verbijsterend groot. We hadden voor het takelen een katrollen blok met een vertraging van 4x. Het gebruik van de kraanlijn heeft als voordeel dat je de drenkeling makkelijk richting kuip of achterdek kan tillen zonder dat de lijn uit de katrol in de mast loopt.
Een belangrijk punt is de snelheid waarmee je bij de drenkeling aan komt. Stilliggen is het beste. Door het fok te laten wapperen en te variëren in de spanning op het grootzeil kan de snelheid gecontroleerd worden. Eenmaal bij de drenkeling helemaal in de wind sturen, hiermee beweegt het achterschip ook nog eens richting drenkeling. Een standaardlijn met snelsluitingen maakt het makkelijker om de drenkeling aan te klikken en weer aan boord te krijgen. Als de boot te veel snelheid heeft is er het risico dat je de drenkeling onderwater trekt. Dus ondanks dat je snel bij de drenkeling wilt zijn, toch proberen om rustig te varen. Voor je het weet vaar je de drenkeling voorbij en moet je weer opnieuw beginnen met de manoeuvre.
Drenkeling langszij
Na afloop van de training hebben we gezellig zitten napraten op het terras van wsv AVOH. Richard benadrukte wederom dat aangelijnd aan dek de beste en makkelijkste actie is om Man-Over-Boord te voorkomen. Alle theorie van deze dag, en meer, staat in het boek “Leidraad voor kajuitzeilen” door Richard Vooren. De praktijk kan je prima zelfstandig oefenen met een puts die aan een fender gebonden de drenkeling vervangt. Wij gaan het zeker met ons eigen schip oefenen !
Relevante links:
"Training met reddingsvlot" en "Zelfbouwen van een joon".